Waarom we er nog niet zijn met steenwol, warmtepompen en wtw-units.

14 oktober 2019

Wanneer het totale energieverbruik van een gebouw of bouwwerk wordt beschouwd, kan onderscheid worden gemaakt tussen twee doeleinden van energieverbruik: embodied energy en operational energy.

  • Embodied energy (EE) is de hoeveelheid energie die nodig is voor de processen ten behoeve van de winning van grondstoffen, het verwerken tot bouwproducten en de assemblage op de bouwplaats, tezamen met de uiteindelijke disassemblage, de sloop en het verwerken van vrijgekomen afvalstromen.
  • Operational Energy (OE) is de hoeveelheid energie die nodig is voor verwarming en koeling, verlichting, ventilatie en ander gebruik van (elektrische) apparaten om een gebouw of bouwwerk operationeel te houden tijdens de gebruiksfase.

Om een woning energiezuinig, of zelfs energieneutraal te maken, is het bijzonder efficiënt de operational energy van een woning te reduceren. Door een bestaande of nieuw te realiseren woning thermisch te isoleren, luchtdicht te maken en apparatuur voor energieterugwinning of duurzame -opwekking te gebruikten, kan de operational energy sterk worden teruggebracht ten opzichte van een uitgangssituatie.

Het belang van emobied energy

Wat hierbij echter veelal buiten beschouwing wordt gelaten, is dat de extra maatregelen die nodig zijn om de operational energy te reduceren, resulteren in een verhoogde embodied energy. De extra isolatiematerialen, lucht-dichtende voorzieningen en aanvullende installatietechniek die zijn benodigd, kosten namelijk veel energie om te produceren. Onderzoek bevestigt dat het relatieve belang van de embodied energy in energie-efficiënte gebouwen toeneemt. Daar waar de embodied energy in een standaard woning 10-12% van het totale energieverbruik vormt, neemt dit toe naar 36-46% in energie-efficiënte gebouwen.

Het totale energieverbruik van zogenaamd energiezuinige woningen blijkt daardoor groter dan op basis van de ogenschijnlijke besparing mag worden verwacht. Het is daarom bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen en bouwwerken van toenemend belang om naast de operational energy, ook de embodied energy te beschouwen. Keuzes voor traditioneel veel toegepaste energie-intensieve materialen, zoals metalen en minerale producten worden daardoor minder vanzelfsprekend. Rationeler is een keuze voor energie-extensieve materialen, zoals de zogenaamde nagroeibare (bio-based) materialen.

De gebouwen van morgen

De gebouwen van morgen zijn niet dezelfde als de gebouwen van gisteren, omkleed met een dik pakket steenwol en een overdaad aan corrigerende installatietechniek. De gebouwen van morgen moeten in de eerste plaats opgetrokken worden uit energie-extensieve materialen, volgens een energie-efficiënt bouw-, fabricage- of productieproces. Op deze manier worden de gebouwen van morgen écht effectief energie-efficiënt!

M.K. Dixit et al, Identification of parameters for embodied energy measurement: A literature review (2010). Koezjakova, A., Urge-Vorsatz, D., Crijns-Grausa, W., Van den Broek, M., The relationship between operational energy demand and embodied energy in Dutch residential buildings (2018).