Wat is de aangroeitijd van een eengezinswoning?

CLT

Wanneer men besluit een woning te bouwen van hout, is dat om verschillende redenen een verstandige keuze. Hout is een nagroeibare grondstof en dat is in zichzelf een belangrijk voordeel ten opzichte van traditioneel veel toegepaste materialen van metallische of minerale oorsprong. Een belangrijke eigenschap van nagroeibare materialen is dat deze door natuurlijke of agrarische ecosystemen middels biomassaproductie kunnen worden aangevuld. Indien het hout bijgroeit en wordt geoogst binnen de gebruiksduur van de beoogde toepassing, kan het gebruik van het materiaal als duurzaam worden beschouwd.

De tijd die nodig is voordat de toegepaste hoeveelheid hout door natuurlijke of agrarische ecosystemen middels biomassaproductie is aangevuld, wordt de “aangroeitijd” genoemd. Om te bepalen wat de aangroeitijd van een eengezinswoning is, wordt de volgende -gesimplificeerde- voorbeeldopgave uitgewerkt. Als voorbeeld dient een typische eengezins- rijtjeswoning, opgebouwd uit kruislings verlijmde wand- en vloerelementen. De woning heeft een gebruiksoppervlak van 90 m² en een inhoud van 235 m³. De benodigde hoeveelheid hout voor de constructie van het massiefhouten casco is -afhankelijk van het ontwerp van de woning- bij benadering 42 m³. Hierbij wordt het casco als maatgevend beschouwd en is voor de eventuele isolatie, gevelbekleding en afbouwtimmerwerken van hout(vezel) een toeslag meegenomen.

Nederland beschikt over 373.480 ha bosoppervlakte, hetgeen 11% van de totale landoppervlakte vertegenwoordigt en overeenkomt met ongeveer 0,02 ha per inwoner. Deze bosoppervlakte heeft een jaarlijkse bijgroei van gemiddeld 7,3 m³ per ha, hetgeen neerkomt op 2.724.000 m³. Van de lopende bijgroei wordt 46,5% geveld, overeenkomend met 1.261.000 m³ spilhout inclusief schors. Hiervan blijft, naar schatting van Probos, een oogst van 997.000 m³ industrieel rondhout (exclusief brandhout) over.

Met een landelijke productie van bijna één miljoen kubieke meter industrieel rondhout per jaar, duurt het omgerekend 22 minuten en 8 seconden voordat de voor bovengenoemde eengezinswoning benodigde 42 m3 hout is terug gegroeid in Nederlandse bossen.

In bovengenoemd voorbeeld wordt geen rekening gehouden met het verschil in de geoogste en de daadwerkelijke benodigde houtsoorten. Ook wordt geen verlies van het geoogste industriële rondhout in de berekening meegenomen in het verwerkingsproces tot eindproduct. Echter, schetst het voorbeeld wel degelijk de enorme potentie van hout als duurzaam alternatief bouwmateriaal op traditioneel veelgebruikte niet-nagroeibare bouwmaterialen. Daarentegen wordt in dit voorbeeld gerekend met een de Nederlandse houtproductie, terwijl de Nederlandse markt slechts voor een (zeer) klein deel van de wereldwijde houtproductie verantwoordelijk is. Het overgrote deel van ons verbruik is afkomstig van de import uit hout producerende landen; de zelfvoorzieningsgraad van Nederland voor hout en houtproducten is 10,4%.